
tekst en fotografie: Tonny Buijs
Ofschoon ik Reykjavik al meermalen bezocht had en de beeldentuin van Einar Jónsson pal naast de grootste publiekstrekker, de Hallgrímskirkja, van de stad ligt, heb ik deze al die keren compleet over het hoofd gezien. Min of meer bij toeval liep ik er nu pal tegenaan. De beplanting die de tuin scheidde van de langslopende straten was blijkbaar gedund waardoor een glimp van de beelden daarachter makkelijker te vangen is.
De grote poort was open en nieuwsgierig geworden besloot ik op ontdekkingstocht te gaan.

Er bestaan vele soorten tuinen. Om er slechts een paar te noemen: speeltuinen, moestuinen, botanische tuinen en dus ook beeldentuinen. Elk met zijn eigen set van ‘regeltjes’ en min of meer eigen logische indeling. In een beeldentuin staan de beelden centraal dat zal duidelijk zijn. Net zozeer als ik de kunstwerken van Einar Jónsson wilde leren kennen, was ik ook beroepsmatig benieuwd hoe de ruimte was ingedeeld en ingericht.



Allereerst valt het imposante symmetrische gebouw op. De stijl deed me gelijk denken aan het nog grotere betonnen bouwwerk dat hoog op de Veluwe staat: Radio Kootwijk. Radio Kootwijk is gebouwd in Art Deco stijl en daar is niet alleen het gebouw symmetrisch maar is de symmetrie ook minutieus doorgevoerd in de omliggende ruimte. Deze vormvastheid ontbreekt in Jónsson’s beeldentuin. De ruimte wordt nog wel doorsneden met een centrale as maar er wordt niets gespiegeld in die as. Als je ervan uitgaat dat de tuin en het huis een eenheid, in stijl, zouden moeten vormen dan is hier wel een kans gemist.
Tuinieren op IJsland is uitdagend werk. Weer, wind en het korte groeiseizoen beperken de plantenkeuze aanzienlijk. En dat is in het overgrote deel van de tuinen dan ook duidelijk te zien. Maar degenen die de botanische tuinen van Reykjavik en Akureyri hebben bezocht zullen toch kunnen beamen dat er toch heel wat mogelijk is… Het vereist een enorme toewijding om die tuinen zo tentoon te stellen.

De beplanting in de Beeldentuin van Einar Jónsson is niet spectaculair. Het opvallendste is het plantvak met Geitenbaard, Aruncus dioicus, dat bijna de gehele breedte van het gebouw beslaat.
In een tuin waar de beelden centraal staan is het ook logisch dat planten eerder ondersteunend zijn dan beeldbepalend. Strakke hagen die hierbij in Nederland zeker een rol zouden kunnen spelen van Taxus, Haagbeuk (Carpinus), Beuk (Fagus) en zelfs Buxus zijn op IJsland echter zo goed als onmogelijk. Een strakke betonmuur kan eenzelfde functie verrichten. En in dit geval is dat helemaal zo gek nog niet gek omdat het materiaal mooi aansluit op het hoofdgebouw.


De beelden zijn hier alle op – hoge – sokkels geplaatst. Het verheft ze letterlijk in de ruimte, maakt ze daardoor belangrijker en zichtbaarder. Het is behoorlijk recht voor zijn raap en dat past hier ook goed. Geen tuin is tegenwoordig compleet zonder goed belichtingsplan. Dat hier een flinke lichtinstallatie is aangelegd wekt dan ook geen verbazing. Er staan flinke spots om de beelden ook in de – donkere – wintermaanden mooi uit te lichten.

Het was prettig toeven in Jónsson’s beeldentuin. Ik heb genoten van zijn beelden, en ik kreeg een indruk en vormde een mening omtrent de inrichting van de tuin. Mijn grootste ontdekking deed ik echter toen ik richting de Hallmgrímskirkja liep. Hier besefte ik dat twee ontwerpers op nog geen paar honderd meter afstand van elkaar eenzelfde ‘truuk’ hadden toegepast. Ik kan me niet herinneren die ooit eerder bij een (tuin)ontwerp te hebben gezien; het is me in elk geval nooit eerder opgevallen. Wat wil het geval? Zowel de Hallgrímskirkja als de tuinkant van het gebouw van de beeldentuin zijn symmetrisch en hebben de toegangsdeur precies in het midden. Bij beide is op de centrale as, als een obstakel, op weg naar de toegang een beeld geplaatst. Omdat achter beide beelden voldoende ruimte ligt ervaar je deze niet als een sta-in-de-weg, maar creëren ze wel diepte in de ruimte. Deze constatering vormde die dag een belangrijke les.







