
tekst en fotografie: Tonny Buijs
Meestal zoek ik mijn heil in het Hoge Noorden. Helaas is het daar wat betreft prachtig aangelegde tuinen niet bepaald een Walhalla. Daarvoor zou ik beter naar het Zuiden kunnen afreizen. Vanwege Gaudi viel de keus op Barcelona. Als tuinliefhebber moet je natuurlijk het door Gaudi ontworpen Park Güell bezoeken (daarover in een volgend artikel meer).


De stad kent echter veel meer openbare tuinen / parken. Op de heuvel Montjuïc is een hele serie verschillende tuinen aangelegd. Door tijdgebrek heb ik ze niet alle bezocht. Over een tuin, genaamd: de JARDINS DE MOSSÈN CINTO VERDAGUER wil ik hieronder het een en ander kwijt. Over zaken die goed zijn, maar ook over zaken die, gelukkig, voor mijn gevoel anders zouden moeten. Ik bedoel, op Park Güell valt niets af te dingen, in elk geval niet door mij. Dat Park grenst aan perfectie en uitleggen waarom iets perfect is voelt niet goed. Gelukkig dus, dat ook anderen, zoals de ontwerper van onderstaande tuin, daar nog steeds naar moeten en willen streven.
JARDINS DE MOSSÈN CINTO VERDAGUER
Ik pakte de ingang die het dichtst bij de uitgang van de tandradbaan ligt. Bij binnenkomst vielen direct de Magnolias (Magnolia grandiflora) op, die tot grote bomen zijn uitgegroeid. Vanaf het voorjaar tot aan het begin van de zomer, in volle bloei, zullen die zorgen voor een indrukwekkende bloemenpracht. Deze soort heeft enorme bloemen die daarbij ook nog eens heerlijk geuren. Nu, half september, zorgen de fel gekleurde zaaddozen (zaadkegels?) voor prachtige details. In Nederland heb ik deze altijd groene Magnolia-soort ook wel in tuinen gezien, maar dat waren nietszeggende planten vergeleken bij deze. Voor een beter resultaat in Nederland zal het klimaat toch echt wat meer moeten veranderen.


Op het eerste gezicht valt er niet direct een lijn in het park te ontdekken en vaak is dat geen goed teken. Geasfalteerde paden banen zich een speelse weg omhoog langs de met gras beklede helling. Verspreid staande bomen en boomgroepjes van diverse pluimage, een mix van coniferen en loofbomen, zorgen voor schaduw; broodnodige schaduw. Een tuin is geen tuin wanneer er niet minstens een boom in staat. Vanuit esthetische overwegingen mogen bomen niet ontbreken, maar in dit zonnige klimaat is het bittere noodzaak: ze zorgen voor functionele schaduw. Dat blijkt ook wel doordat bezoekers direct de schaduw opzoeken.

Hier en daar kan de geasfalteerde slingerweg afgekort worden. Daar gaan rechte trappen steiler omhoog om de terugbuigende paden later weer te treffen. Hier kreeg ik een beetje de kriebels van. Het rechte viel uit de toon….

De trap geflankeerd met steeneiken (Quercus ilex) illustreerde dat het best. Het is grappig dat ik deze steeneiken ook ken van een aantal tuinen in Nederland. Echt veel zie je ze niet. ‘Onze’ eiken worden in kegels gesnoeid en omdat ze ook altijd groen zijn, zijn het dankbare aanwinsten in een strakke tuin. De eiken langs de bijna kaarsrechte trap (!) hadden hun natuurlijke groeiwijze behouden, en dat jeukte ook.


De vijvers
En dan, bovenaan de trap gekomen, bevind je je ineens op een fantastisch gedeelte van het park. Een vijverpartij wiens gelijke ik nog niet heb gezien. En dit alles met rechte lijnen, op een helling waar alles om organische vormen schreeuwt. Okee, toegegeven, de vijverpartij is dan wel strak, maar ook heel speels. Aan weerszijden van een in rechte lijn liggende serie plateaus bevinden zich talloze rechthoekige vijvers. De vijvers lijken redelijk willekeurig geplaatst wat het speelse gevoel veroorzaakt. Echter, er zijn twee rechte lijnen die parallel aan de centrale opgang lopen… En dat zijn de lijnen van de wateroverlopen; een links van de opgang en een rechts. Ik ben ervan overtuigd dat deze twee lijnen de hele vijverpartij tot een eenheid smeden.



Een tuin in een zonnig en heet klimaat kan natuurlijk niet zonder water. De verkoelende kracht voelt als een weldaad. In deze tuin zijn vijvers ruim vertegenwoordigd. Boven de strakke vijveropgang bevindt zich een ouder uitziende vijver. Deze is van geheel andere aard en ik denk ook veel eerder aangelegd. Een soortgelijke maar veel grotere vijver tenslotte ligt een stukje heuvelafwaarts. Plantengroei ontbreekt in laatstgenoemde geheel, wel is het water daar vergeven van de blauwalgen hetgeen zorgt voor een troosteloze aanblik. Algen en vijvers… je zou er een boek over kunnen schrijven.



Een Bloemenbeek
Het zag eruit als een lieflijk kabbelend beekje dat sierlijk meanderend de heuvel afkwam. Dit idee sprak me aan. Alleen ging de beek een beetje verloren in het geheel. Wellicht dat de beek niet breed genoeg was, of misschien kwam het wel dat de gebruikte planten niet voldoende de aandacht (meer) trokken. Zelf had ik er op zijn minst een Bloemenrivier van gemaakt met hier en daar een waterval….


Het was een leerzame wandeling. Het is duidelijk dat een element, hoe mooi het ook ontworpen is, niet de hele tuin omhoog kan tillen als de rest van het ontwerp niet deugd. In deze tuin bevinden zich waterpartijen ontworpen in een van elkaar verschillende stijl. Dat zou mijn keuze niet zijn. Een andere storende factor zijn het door elkaar heen lopen van strakke en organische vormen. Binnen een ruimte blijkt dat eigenlijk niet te kunnen, het werkt gewoon niet. In elk geval niet voor mij. Op deze glooiende helling zou ik alles met vloeiende lijnen ontworpen hebben. De Bloemenbeek tenslotte vind ik een leuk idee. Een idee dat door de geringe omvang een beetje ondersneeuwde in het geheel.

